Adriaan wordt in 1846 beschuldigd van brandstichting. Op 29-10-1846 wordt hij ter dood veroordeeld, uit te voeren door het zwaard. Op 5-2-1847 kreeg hij gratie van de koning en werd de straf omgezet in 20 jaar tochthuis met geseling en brandmerk.
Op 27-8-1846 ontvangt de burgemeester van Erp een brief van het gerecht in Den Bosch met de vraag te onderzoeken of Adrianus krankzinnig is.
Overleed in 1860 in de gevangenis in Leeuwarden.